Maurits de Levie

De uit Winschoten afkomstige Maurits de Levie (1919) wist tot de bevrijding in Westerbork te blijven door zijn werkzaamheden in het kamp. Maurits was lid van de na de oorlog hevig bekritiseerde Joodse Ordedienst van Westerbork.

De OD in kamp Westerbork.

Maurits de Levie

In de zomer van 1942 begonnen in de provincie Groningen de eerste transporten met Joden naar kamp Westerbork. In augustus van dat jaar werden ook de meeste Joodse mannen in Winschoten opgepakt. De vrouwen en kinderen volgden in oktober. In Winschoten was voor de oorlog een grote Joodse gemeenschap gevestigd. De stad, die ook wel het ‘Mokum van het noorden’ werd genoemd, bezat een bijzondere synagoge en er was een rijk cultureel Joods leven. Van de ongeveer vijfhonderd gedeporteerde Joden uit Winschoten overleefden er slechts vijftig de oorlog; deels in Westerbork, deels in de onderduik.

Maurits de Levie was als leraar in Winschoten een bekende verschijning. Maurits was geboren als één van de twee kinderen van Noach de Levie (1885) en Fransisca Bloemendaak (1891). Het gezin De Levie woonde aan de Gassingel, op nummer 20, waar nu het Ommelander Ziekenhuis staat.

Zo ontving Maurits de Levie in december 1943 een brief van een bekende uit Amsterdam die hem uitvoerig bedankt voor alles wat De Levie in kamp Westerbork voor anderen deed. “Je weet niet hoe dankbaar we zijn, voor alles wat jij voor ons doet”, zo schreef de anoniem gebleven auteur van de brief.

In augustus 1942 kwam Maurits in kamp Westerbork terecht. Een maand later werd hij benoemd tot lid van de Joodse Ordedienst. De OD, een organisatie die vooral bestond uit oud-militairen en jonge mensen, had als taak om voor orde binnen het kamp te zorgen. Het was één van de doortrapte maatregelen die de nazi’s in Westerbork invoerden: Joden laten bewaken door Joden. Leden van de OD hadden over het algemeen een sterke Sperre. De kans dat zij op transport naar het Oosten gesteld werden, was relatief klein. Het moet voor Maurits een vreselijk dilemma geweest zijn: taken in opdracht van de Duitse kampleiding uitvoeren, of weigeren en de kans om in Westerbork achter te blijven verspelen.

Over de rol van de Ordedienst is na de oorlog over het algemeen negatief geoordeeld. Toch waren er ook mensen die het werk juist prezen. Door de bewaking op zich te nemen hadden de leden van de OD de SS buiten het kamp kunnen houden, zo stelden zij, en was het regime in Westerbork relatief mild geweest. Op kleine schaal kregen de leden van OD’er zelfs complimenten, ook tijdens de oorlog al. Zo ontving Maurits de Levie in december 1943 een brief van een bekende uit Amsterdam die hem uitvoerig bedankt voor alles wat De Levie in kamp Westerbork voor anderen deed. ‘Je weet niet hoe dankbaar we zijn, voor alles wat jij voor ons doet’, zo schreef de anoniem gebleven auteur van de brief.

Vanwege zijn functie bij de OD wist Maurits de Levie tot het einde van de oorlog in kamp Westerbork te blijven.
Op 14 mei 1945 werd Maurits uit het inmiddels bevrijde kamp ontslagen en keerde terug naar zijn verloofde Leni in Winschoten.