Meijer Mossel

Meijer Mossel was na 1945 één van de bekendste voorzangers van Nederland. Tijdens de oorlog zat hij korte tijd in kamp Westerbork gevangen. Met dank aan de Havo 4-leerlingen van het Ubbo Emmius Scholengemeenschap in Stadskanaal.

Chanoeka in kamp Westerbork.

Meijer Mossel

Meijer Mossel werd op 10 januari 1910 geboren in Amsterdam. Zijn ouders waren Mozes Mossel en Heintje Loeza. Hij had vijf broers: Joseph, Zadok, Bernard, Jacques, Aäron en een zus, Elisabeth. Meijer werd door zijn ouders vernoemd naar Meijer de Hond, een vooroorlogse rabbijn die bijzonder populair was bij het Amsterdamse proletariaat

Na zijn lagere schooltijd kwam Meijer op het Nederlands Israëlitisch Seminarium terecht. Hij had het er moeilijk, ook doordat zijn studieresultaten tegen vielen. ‘Ik behoorde niet tot de ijverigste’, zo sprak Meijer later in een interview over zijn jeugd. ‘Daarom ben ik toen maar onderwijzer geworden.’

Op zeventienjarige leeftijd verliet Meijer Mossel het seminarium om als godsdienstonderwijzer aan de slag te gaan. Destijds een baan met een troebel toekomstperspectief. Met vele “kapers op de kust” was het voor Meijer de kunst om zoveel mogelijk lesuren bij elkaar te scharrelen. Naast onderwijzer werd Meijer eind jaren twintig chazan (voorzanger) bij verpleeg- en bejaardentehuis ‘De Joodse Invalide’ in Amsterdam.

In 1937 werd Meijer, die de bijnaam ‘Eussie’ had verworven, na een korte proeftijd tot chazan in de synagoge aan de Amsterdamse Gerard Doustraat benoemd. Hij bleek talent te bezitten: na de oorlog werd Meijer Mossel één van de bekendste voorzangers van Nederland. Hij stond bekend als ‘de chazan met het beste melodieus stemgeluid’. ‘Eigenlijk begrijp ik volstrekt niet hoe het mogelijk is dat mijn toehoorders na 25 jaar nog beleefd naar dezelfde voorzanger luisteren. Dat dit toch gebeurt, moet dan wel het gevolg zijn van een zekere geboeidheid of ontroering’, aldus Meijer in 1974.

Tijdens de oorlog zat Meijer Mossel lange tijd ondergedoken in de woning van de familie Ten Boom aan de Barteljorisstraat in Haarlem. Op 28 februari 1944 deed de SD een inval in het huis. Meijer en zes andere onderduikers wisten zich in een geheime kast te verbergen. Ondanks intensief speurwerk van de nazi’s werden de onderduikers niet gevonden.

Hij bleek talent te bezitten: na de oorlog werd Meijer Mossel één van de bekendste voorzangers van Nederland. Hij stond bekend als ‘de chazan met het beste melodieus stemgeluid’.

Begin maart 1944 werden de onderduikers overgebracht naar andere adressen. Meijer kwam in Friesland terecht. Enkele maanden later werd hij daar alsnog verraden en opgepakt. Vanuit de gevangenis van Assen werd Meijer op 6 januari 1945 naar kamp Westerbork gebracht. Doordat er inmiddels geen treinen meer naar het Oosten vertrokken, kon hij tot het eind van de oorlog in het kamp blijven. Eind maart 1945 was Meijer nog betrokken bij een clandestiene viering van Pesach in Westerbork.

Kort na de bevrijding keerde Meijer terug naar zijn gezin in Amsterdam. In juli 1946 verhuisde hij naar de Tweede Jansteenstraat. Dat was niet ver van de sjoel in de Gerard Doustraat, waar Meijer net als voor de oorlog voorzanger was. Vanaf 1947 vervulde Meijer diverse functies bij synagogen in Maastricht en Den Haag (1949).

In 1963 werd Meijer aangesteld als geestelijk verzorger in het gevangeniswezen. In een interview met het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) in 1974 vertelde hij hier destijds het volgende over: ‘Het aantal Joodse delinquenten is miniem in verhouding tot de totale groep gevangenen. Maar er zijn ook heel wat niet-Joodse gevangenen die om een Joodse geestelijke verzorger vragen. Je maakt heel wat vreemde dingen mee, zelfs gesprekken met kinderen van SS’ers. Veelal worstelen deze mensen met een enorm schuldbesef over hetgeen hun ouders hebben misdaan. Maar het blijft meestal bij één gesprek, want meer is er niet als basis aanwezig.’

Meijer Mossel overleed in Den Haag op 3 april 1978.