Meta Wijnberg & Willy Larsen

Na de Tweede Wereldoorlog emigreren Meta Wijnberg (1919) en haar man Willy Larsen (1907) naar de Verenigde Staten. In New York proberen de in kamp Westerbork bevrijde Meta en Willy een nieuw leven op te bouwen. Het blijkt lastiger dan gedacht.

Meta Wijnberg.

Meta Wijnberg & Willy Larsen

Het is 1948 als Meta Wijnberg een brief stuurt naar vrienden in Hoogeveen. Een jaar eerder is ze met haar man Willy naar New York vertrokken om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Meta schrijft over het dure en moeilijke dagelijkse leven in de immense Amerikaanse stad, over haar behoefte om met mensen in Nederland in contact te blijven, en over haar werk als secretaresse. De teneur van de brief is die van het harde immigrantenleven in het New York van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Als Meta Wijnberg de brief schrijft is ze ongeveer drie jaar bevrijd van een leven in gevangenschap. In oktober 1942 is Meta met haar moeder, oudere broer en twee zusjes naar kamp Westerbork gebracht waar haar vader dan al enkele weken verblijft. Alexander Wijnberg behoort voor de oorlog tot de betere veehandelaren van de streek. Hij is één van de weinige mensen in Hoogeveen met een auto. Meta en haar familie zijn liberaal belijdende Joden, die de synagoge bezoeken en de Joodse feestdagen vieren, maar voor wie hun Joodse achtergrond in het dagelijkse leven geen bepalende rol speelt.

De teneur van de brief is die van het harde immigrantenleven in het New York van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

In kamp Westerbork aangekomen weet Meta via een vriend van haar vader een baantje bij de administratie te regelen. Het is die positie die ervoor zorgt dat zij haar familie in eerste instantie uit de transporten naar de kampen in Oost-Europa kan houden. Als vader en moeder Wijnberg in september 1943 alsnog worden gedeporteerd, besluit Meta met ze mee te gaan. Haar ouders weten Meta er echter van te overtuigen dat het verstandig is om in kamp Westerbork te blijven.

Een week na het transport van haar ouders, ontmoet Meta in het kamp Willy Lewkowitz, een Duitse-Joodse pottenbakker die in augustus 1943 in Westerbork terecht is gekomen. Voordat hij naar het kamp is overgebracht is Willy – die zich later Larsen gaat noemen – actief in het Amsterdamse verzet. Willy wordt tewerkgesteld als schoonmaker in het casino, de kantine van de SS-bewakers.

Als kamp Westerbork op 12 april 1945 door de Canadezen wordt bevrijd, is Meta één van de eerste gevangenen die het kamp mag verlaten omdat zij uit de omgeving afkomstig is. Na de zomer verhuizen Meta en Willy, die inmiddels ook uit Westerbork heeft mogen vertrekken, naar Amsterdam waar Meta als secretaresse op een advocatenkantoor aan de slag gaat. In 1947 volgt de emigratie naar de Verenigde Staten.

Pas in 1995 keert Meta Wijnberg voor het eerst terug in Nederland. Ze bezoekt kamp Westerbork, maar kan zich niet meer voorstellen dat zij daar ooit gevangen heeft gezeten. Meta Wijnberg overlijd op 11 augustus 2015 in Walnut Vreek in Californië. Haar man Willy Larsen is dan al enige jaren overleden, hij sterft op 17 maart 1987.

Alexander Wijnberg (1886), Rosa Wijnberg-Urbach (1885), Pauline Wijnberg (1923) en Johanna Wijnberg (1925) worden op 14 september 1943 naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau weggevoerd. Hier worden de ouders en zusjes van Meta direct bij aankomst om het leven gebracht. Slechts Meta’s broer weet de oorlog te overleven.