Nathaniel & Mien Waterman

In 1944 liepen er in de straten van Amsterdam nog meer weinig Joden. Dr. Nathaniel Waterman was één van hen. Zijn vrouw Mien verbleef ondertussen in kamp Westerbork waar zij op 12 april 1945 werd bevrijd.

Het laboratorium in kamp Westerbork.

Nathaniel & Mien Waterman

Voor de Tweede Wereldoorlog

‘Ik was zo graag tweede violist geworden in een Parijs orkest, want ik houd zo heel veel van muziek.’
Nathaniel Waterman, 1953.

Nathaniel Waterman was een veelzijdig mens. Een goed musicus, een verdienstelijk schilder, een bewonderenswaardig talenkenner en een specialist van de wereldliteratuur. Bovenal was hij echter een internationaal hoog aangeschreven arts en kankeronderzoeker.

Nathaniel Waterman werd op 17 maart 1883 in Rotterdam geboren als zoon van boekhouder Nico Waterman (1848) en Elizabeth van Praag (1855). De familie Waterman was een familie van vele talenten: opa Israël (1814) was een bekend grammaticus, broer Hein (1889) werd hoogleraar chemische technologie aan de Universiteit van Delft en zoon Leon (1912) zou na de Tweede Wereldoorlog een vermaard architect worden. Hij ontwierp onder andere de herdenkingsruimte van de Hollandsche Schouwburg en het pand van het Sinaï Centrum in Amersfoort.

In 1909 trouwde Nathaniel Waterman met laborante Minna (Mien) Rippe (1882) die hij tijdens zijn studietijd in Leiden had leren kennen. Het stel kreeg naast Leon nog twee andere kinderen: dochter Elizabeth (1910) en zoon Dolf (1915). Kort na de geboorte van Dolf vertrok het gezin naar Curaçao waar Waterman een aanstelling als hoofd van de medische dienst van het eiland had gekregen. In 1918 keerden Nathaniel, Mien en de kinderen terug naar Nederland. Een jaar later werd dr. Waterman benoemd tot bioloog-medicus bij het Nederlandse Kankerinstituut (NKI) in het Antoni van Leeuwenziekenhuis te Amsterdam.

Al voor de Tweede Wereldoorlog stond dr. Waterman bekend als gerenommeerd kankeronderzoeker. De kleine en bescheiden Waterman, die in 1932 zijn 25-jarig jubileum als arts vierde, viel op door zijn kunde en werklust. Regelmatig konden mensen Nathaniel Waterman in het holst van de nacht over straat naar zijn laboratorium zien lopen. Door stond een opklapbed voor nachtelijke arbeid standaard gereed.

De Tweede Wereldoorlog

‘Aan Dr. N. Waterman,
Directeur Biologisch Laboratorium.

Ben gezond. Laat welzijn jou, Lé, Erica, Irene weten. Door jou, Roode Kruis, Militair Gezag of andere autoriteiten kan ik vlugger kamp verlaten.

Gekust Mien.’
Mien Waterman-Rippe. Kamp Westerbork, mei 1945.

In februari 1941 werd Nathaniel Waterman op basis van nazi-wetgeving met betrekking tot Joodse werknemers door het Antoni van Leeuwenziekenhuis ontslagen. Toen duidelijk werd dat de nieuwe regels alleen nog golden voor Joden in overheidsdienst, werden Waterman en zijn eveneens ontslagen collega Betty Levie door Dr. Wassink van het ziekenhuis teruggevraagd. Ten spijt, zo bleek later. In november 1941 moest dr. Waterman definitief het NKI verlaten.

Na zijn ontslag probeerde de directie van het Nederlands Kanker Instituut uit alle macht Waterman van deportatie naar Westerbork te vrijwaren. Na onderhandelingen op het hoogste niveau werd overeengekomen dat de Joodse arts zijn onderzoek naar de kankerverwekkende werking van kleurstoffen in Amsterdam mocht voortzetten. Op basis van zijn grote verdiensten werd Waterman een vergunning verleend waarmee hij voorlopig weer in het laboratorium van het NKI aan het werk kon gaan. Nathaniel Watermans onderzoek naar de werking van kleurstoffen zou de basis leggen voor de latere warenwet.

In Amsterdam werd voor Nathaniel Waterman een laboratorium aan huis opgezet. In de tuin hield dr. Waterman muizen die hij later als proefdieren kon gebruiken. Met vakgenoten hield hij uitgebreid correspondentie over de voortgang van het onderzoek. Ook Mien kreeg in kamp Westerbork regelmatig brieven van haar man, die zij, wanneer het mocht en kon, beantwoorde.

Op 29 september 1943 moesten Nathaniel en Mien Waterman met het laatste transport met Joden Amsterdam alsnog verlaten. In kamp Westerbork werden zij in één van de grote woonbarakken met circa 1.000 andere personen ondergebracht. Vanwege zijn medische kennis wist dr. Waterman een positie binnen de ziekenafdeling van het kamp te krijgen. Op de achtergrond bleven zijn oud-collega’s van het NKI bezig hem en Mien van transport naar het Oosten vrij te stellen. Met succes: in november 1943 werd Waterman voor onbepaalde tijd naar Amsterdam teruggestuurd om zijn onderzoek voort te zetten. Mien moest daarentegen als tegenprestatie in kamp Westerbork achterblijven.

In Amsterdam werd voor Nathaniel Waterman een laboratorium aan huis opgezet. In de tuin hield dr. Waterman muizen die hij later als proefdieren kon gebruiken. Met vakgenoten hield hij uitgebreid correspondentie over de voortgang van het onderzoek. Ook Mien kreeg in kamp Westerbork regelmatig brieven van haar man, die zij, wanneer het mocht en kon, beantwoorde.

Na de Tweede Wereldoorlog

‘Dr. Waterman was een geleerde met de ziel van een kunstenaar.’
Dr. E.A. van Sloten, waarnemend voorzitter van de medische stafraad van het NKI in 1958.

Op 12 april 1945 werd Mien Waterman-Rippe in kamp Westerbork bevrijd. Een maand later volgde ook voor Nathaniel in Amsterdam de bevrijding. In 1943 had Waterman geprobeerd om via David Cohen, één van de leiders van de Joodse Raad van Amsterdam, zijn zus in het Joodse verpleeghuis De Joodsche Invalide te krijgen om hiermee haar deportatie uit te stellen. Na de bevrijding bleken zijn pogingen tevergeefs te zijn geweest. Judith Waterman (1881) overleefde de oorlog niet.

Twee van de drie kinderen van het gezin Waterman zouden het einde van de Tweede Wereldoorlog eveneens niet halen. Dolf, aardrijkskundeleraar en getrouwd met de dochter van voetbalcommentator Han Hollander, werd in 1942 in Mauthausen vermoord. Elizabeth Fischer-Waterman stierf in hetzelfde jaar met haar echtgenoot in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Na de oorlog probeerden Nathaniel en Mien Waterman hun leven weer op te pakken. Dr. Waterman werd aangesteld als hoofd van de afdeling Biochemie van het NKI. In 1953 ging hij officieel met pensioen. ‘Ondanks de grote vooruitgang in onze kennis aangaande de kanker en de vermeerdering van therapeutisch kunnen, blijft de toestand nog zorgelijk’, zo sprak Waterman kort voor zijn afscheid.

In de vijf jaar na zijn pensioen zette dr. Waterman zijn onderzoek naar immunologie als adviseur buiten dienst voort. In 1958 stopte hij definitief.

Nathaniel Waterman, onderscheiden met de prestigieuze gouden Rotgans-medaille en officier in de Orde van Oranje-Nassau, de man ‘die zijn leven had besteed om kanker te bestrijden’, overleed in 1961. Mina Waterman-Rippe stierf ruim negen jaar later, in 1970.