Nico Vissel

Nadav Vissel schreef een bijzonder portret over zijn vader, de op 27 september 2014 overleden Nico Bert Vissel (1934) die als jongen van 10 in 1945 in kamp Westerbork terechtkwam.

Nico Vissel

Mijn vader zei altijd dat hij in de herfst van 1942 met zijn broer, zus en ouders in bezit van valse persoonsbewijzen naar een gehucht in Friesland was verhuisd. Hij weigerde ondergedoken te zeggen. Uiteindelijk werden ze in februari 1945 verraden en is hij met zijn vader en zus naar Westerbork gebracht. ‘Toen reden er al geen treinen meer, dus dat was ook niet zo erg’, zou hij later zeggen.

Vader was zes jaar oud toen de oorlog begon. Als kind beleefde hij het anders dan “de groten”, zoals hij ze noemde. Hij had sterk de behoefte zijn verhaal vanuit zijn perspectief als kind te vertellen en een paar jaar geleden heeft hij dat gedaan in de vorm van het boekje “Voor ons geen achterhuis”.

Hij schreef daaronder het volgde in:

‘Mij is niets overkomen.
Het is een oud spel onder overlevenden van de oorlog: opnoemen hoe een ander het slechter heeft gehad: de hiërarchie van het oorlogsleed.
Op die hiërarchische ladder sta ik helemaal onderaan.
Ik heb slechts twee gezinnen van ooms en tantes verloren.
Ik heb mijn broer en zuster nog.
Ik heb mijn ouders nog.
Ik heb niet in een concentratiekamp gezeten, alleen een sullig maandje in Westerbork.
Ik ben niet slecht bejegend door onderduikouders/broertjes en zusjes.
Ik heb geen honger gehad in de hongerwinter.
Ik hoefde niet binnen te blijven.

Ik ben niet bang geweest, had geen besef hoe het dreigende gevaar er uitzag maar dit is
wat ik van de oorlog heb overgehouden: we moesten kind zijn als het kon en volwassen als het moest en niemand sloeg verder acht op ons.’

Vader schreef zijn boekje vlak nadat ik met hem een paar keer was teruggegaan om te filmen voor een documentaire die ik voor Omroep Friesland maakte.
Die is er nooit gekomen en wel hierom.

Als kind kende ik het verhaal van het verraad zo: ‘Wij zijn alleen verhuisd en weliswaar uiteindelijk verraden, maar dat hebben “Hollanders” gedaan, niet de Friezen.’
Zijn versie heb ik altijd als feit aangenomen, nooit ter discussie gesteld, tot we op een dag in Mirns stonden, samen met een journaliste van Omroep Friesland die de dingen niet als feiten aannam en aan iedereen in het dorp vroeg of zij een idee hadden wie de familie verraden had.

Ik realiseerde me op dat moment dat Friesland in zijn beleving de enige veilige plek op aarde was en onbewust dacht hij er altijd naar terug te kunnen keren, als dat nodig zou blijken te zijn. Wanneer dus een Fries de verrader zou zijn, ontnam het die plek alsnog zijn status als enige veilige plek op aarde.

De laatste persoon die we interviewden was de dochter van de boer die aan de overkant van de weg woonde vanwaar mijn vader destijds zat. Mijn vader liep op de dag van zijn verraad over de weg en trof de boer bij het hek, kijkend naar de overvalwagens, waarvan iedereen wist waarom ze daar stonden. De boer zei: ‘Ga maar vlug naar huis.’
Zijn dochter vertelde ons dat ze destijds acht jaar oud was en dat ze het vreselijk had gevonden om te zien hoe mijn vader, tante en opa aan kwamen lopen met een soldaat met geweer in hun rug. De journaliste was zo nieuwsgierig dat ze vervolgens door bleef vragen. Toen de vrouw ontwijkende antwoorden begon te geven, keken wij elkaar aan en beseften op dat moment allebei dat deze vrouw wist wie de verrader was en dat misschien het hele dorp altijd al had geweten wie dat moest zijn.

Nico (links), Henny en Jaap Vissel.

Mijn vader wilde dat de documentaire vooral een portret van hun leven daar zou worden. Nu duidelijk werd dat waarschijnlijk iedereen in het dorp wist wie hun verrader was, wilde ik daar ook achter komen en, zo nam ik aan, hijzelf ook.
Toen ik hem dat vertelde, zei hij: ‘Het is niet zo dat we echt dachten dat de verrader geen Fries kon zijn, het was dat we niet wílden dat het een Fries zou zijn.’
Ik realiseerde me op dat moment dat Friesland in zijn beleving de enige veilige plek op aarde was en onbewust dacht hij er altijd naar terug te kunnen keren, als dat nodig zou blijken te zijn. Wanneer dus een Fries de verrader zou zijn, ontnam het die plek alsnog zijn status als enige veilige plek op aarde.

Ik moest kiezen, mijn vaders gemoedsrust of de documentaire afmaken.
Dat op zich was een mooi thema voor de documentaire geweest.

Het boekje “Voor ons geen achterhuis” is digitaal op te vragen bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.