Nicolas Gurowitsch

Nicolas Gurowitsch (1895) werd tijdens het laatste deel van de oorlog opgepakt en zat enkele weken in kamp Westerbork gevangen. In de jaren die volgden groeide ‘Guro’ uit tot de beste tenniscoach van Nederland. ‘Hij was de Ayatolla van het Nederlandse tennis, in de goede zin van het woord, wel te verstaan.’ Een portret van oud-geschiedenisdocent Hans Piek.

Rob Gurowitsch (l), Nicolas Gurowitsch en topschaker Paul Keres in de jaren vijftig.

Nicolas Gurowitsch

Nicolas Gurowitsch moet één van de laatste nieuwkomers in Westerbork geweest zijn: drie weken na zijn komst werd het kamp bevrijd, op 12 april 1945. Hij kwam vanuit de gevangenis in Groningen. Daar kwam Nicolas vermoedelijk terecht na een arrestatie in het Friese Stavoren, waar hij heen was gereisd om aan eten te komen. Daar werd hij opgepakt na, zoals Rob, zijn zoon verteld, verraden te zijn door de buurman die met hem mee was gereisd. Stank voor dank dus.

Gurowitsch had toen de oorlog begon al een bewogen leven achter zich. Geboren in 1895 in Odessa als zoon van een Oekraïense Jood en een Poolse Jodin. De vader van Nicolas, Salomon, had een familiebank met nevenvestigingen in Berlijn en Parijs. In 1914 werd Nicolas, na het behalen van zijn gymnasiumdiploma, naar Berlijn gestuurd om zich daar te bekwamen in het bankwezen. Nicolas had echter heel andere interesses, zoals piano en zang, waar zijn vader fel op tegen was.

De revolutie in Rusland veranderde alles. Vader en moeder Gurowitsch vluchtten voor de Bolsjewieken in 1917 en vestigden zich bij hun zoon in Berlijn. Nu leek er voor Nicolas helemaal geen ontkomen meer aan: zijn vader was streng en eiste een serieuze aanpak van zijn zoon. Nicolas had echter geluk. Hij werd voor verdere bekwaming in het begin van de jaren twintig naar Rotterdam gestuurd, waar hij kwam te werken bij Van Ommeren, een groot bedrijf in scheepvaart, binnenvaart en stuwadoorsactiviteiten. In Rotterdam kon Nicolas zijn gang gaan. Het spelen van tennis, één van de grote passies die verboden waren door zijn vader, behoorde nu tot de mogelijkheden. Na in totaal vijf uur tennisles benoemde Nicolas zichzelf tot tennisleraar.

Het bleek een schot in de roos. Al in 1928 werd Nicolas Gurowitsch trainer van het Nederlands team. Hij verhuisde naar Amsterdam waar het team zijn thuisbasis had. Nicolas had een voor die tijd onorthodoxe trainingsaanpak. In plaats van zich te richten op de standaard tennisbewegingen nam hij het menselijk lichaam als uitgangspunt en analyseerde hij de mogelijkheden van iedere pupil apart. Bewaard zijn de tekeningen die hij maakte om aan te geven hoe een tennisslag gemaakt moest worden. Het behoud van het evenwicht in het hele lichaam nam een belangrijke positie in zijn aanpak in.

In het Amsterdam van de jaren dertig was meer te beleven dan in Rotterdam. Nicolas was met grote regelmaat te vinden op het Rembrandtplein en Thorbeckeplein. Hij ontmoette er ook zijn eerste vrouw, Elizabeth Pezarro, met wie hij in 1926 trouwde. Het huwelijk hield ongeveer negen jaar stand. In 1936 scheidde Nicolas om een jaar later te hertrouwen met Johanna Wolker. Het stel kreeg twee kinderen, Tanja in 1936 en Rob in 1937.

Nicolas was inmiddels trainer bij Festina, een in het Vondelpark gevestigde vereniging. Kort na de Duitse inval werd Festina gevorderd door Duitse militairen. Nicolas besloot als leraar aan te blijven en maakte op die manier kennis met enkele hoge Duitse officieren. ‘Door daar te blijven trainen kon mijn vader in het geheim allerlei zaken regelen’, zo verteld zoon Rob Gurowitsch. ‘Door hem werd er bijvoorbeeld een radio-ontvanger onder de vloer van het clubgebouw geplaatst waarmee naar Radio Oranje kon worden geluisterd. Daarnaast wist hij een aantal onmisbare spelers uit het competitieteam team van Festina voor de Arbeidseinsatz te behoeden.’

Door behoedzaam en sluw te handelen wist Nicolas Gurowitsch heel lang uit de handen van de Duitsers te blijven. Hij veranderde onder andere zijn naam. Op de deur van de kleedkamer bij Festina stond niet langer
“Gurowitsch” geschreven, een Russisch-Joodse naam, maar “Gourovich”, een Slavische naam.
In 1944 werd daarnaast de scheiding tussen Nicolas en Johanna uitgesproken. Volgens zoon Rob was dit een vooropgezet plan om te voorkomen dat er voor de kinderen een link naar het Jodendom gelegd zou worden.

Door hem werd er bijvoorbeeld een radio-ontvanger onder de vloer van het clubgebouw geplaatst waarmee naar Radio Oranje kon worden geluisterd. Daarnaast wist hij een aantal onmisbare spelers uit het competitieteam team van Festina voor de Arbeidseinsatz te behoeden.

Uiteindelijk liep het dus toch nog mis in Stavoren. De buurman die Nicolas had verraden keerde na Gurowitsch arrestatie terug naar Amsterdam. Hij vertelde aan Johanna en de kinderen dat Nicolas op de vlucht was doodgeschoten. Nicolas kwam via Groningen op 21 maart 1945 in Westerbork aan en bleef daar tot eind juni 1945. Op verdenking van samenwerking met de bezetter – er zou uiteindelijk geen vervolging plaats vinden – moest hij langer dan de meeste gevangenen in het kamp blijven.

Op 28 juni 1945 keerde Nicolas terug naar Amsterdam. Bij aankomst bij het huis van Johanna kreeg Nicolas de schok van zijn leven. Zijn vrouw en kinderen dachten dat hij was overleden en Johanna had inmiddels een andere man gevonden om het huishouden te onderhouden. ‘Wat dachten een geestverschijning te zien’, aldus Rob Gurowitsch. Wat ontbrandde was een juridische strijd over de vraag wie de kinderen ‘zou krijgen’. Nicolas trok, opmerkelijk voor die tijd, aan het langste eind.

Om zijn kinderen onder andere een zorgzaam gezin te kunnen bieden besloot Nicolas voor de derde keer te trouwen, nu met Cathy van Willigen. Zij had ook twee kinderen, van dezelfde leeftijd als Rob en Tanja, uit een eerder huwelijk. Om de kost te verdienen ging Nicolas weer aan het werk als tennistrainer.

In de jaren vijftig wist Nicolas Gurowitsch uit te groeien tot de beste tenniscoach van Nederland. Hij gaf trainingen bij Goldstar, een tennisvereniging uit Amsterdam-Zuid. Rob Spaan, die bij Goldstar begon als ballenjongen, vervolgens werkzaam als sparringpartner was en tenslotte mede-eigenaar van het achtenveertig banen tellende park werd, heeft Guro, zoals hij bij de vereniging werd genoemd, meegemaakt in diens meest succesvolle periode. Guro trainde destijds het Daviscupteam en gaf les aan de beste Nederlandse tennissers.
‘Guro was de Ayatolla van het Nederlandse tennis, in de goede zin van het woord, wel te verstaan.’

De manier waarop Nicolas zijn pupillen beter maakte vind Rob Spaan moeilijk te omschrijven. Rob Spaan en Rob Gurowitsch zijn het over een paar facetten wat dat betreft wel eens. Het ging bij Guro om balans, om goed bewegen, om een goede houding. Ook komt het beeld van een pedagoog naar voren: uitgaan van wat de pupil kan, zorgen dat deze steeds leert en zijn of haar talent benut. Was dat niet het geval dan kon de speler vertrekken, ‘ook als die ver vooruit betaald had!’, benadrukt Rob Gurowitsch. Toch zouden Gurowitsch en Spaan Nicolas niet fanatiek willen noemen. Eerder ‘begeistert’.
‘Als hij vond dat een speler meer tempo moest spelen dan begon hij te roepen: “…en nu!, …en nu!.” Daarbij tikte hij met zijn stok, die hij in zijn latere jaren nodig had, constant op de grond’, zo verklaart Spaan.

Nicolas bezat een ongekende passie voor de tennissport. Dit bleek ook uit zijn one-man-shows, die hij eenmaal per jaar opvoerde. Voor een volle zaal hield hij een conference over tennis, vol met humor en muziek. De opvoering was ieder jaar ver van te voren uitverkocht.

Gurowitsch trainde bekende Nederlanders. Politici, medisch specialisten en leiders van grote bedrijven.
Maar hij had ook een oog voor talent. Zo zag hij de jonge Tom Okker tennissen en bood aan hem te helpen.
Tom Okker zou in de jaren die volgden uitgroeien tot een van de beste tennissers die Nederland ooit heeft gehad. Mede dankzij de lessen van Nicolas. ‘Gurowitsch deed veel voor, met z’n jas aan, maar hij liet wel heel goed zien welke bewegingen je moest maken.’ Okker herinnert zich jaren later nog de treinreizen van Haarlem, waar hij destijds woonde, naar Amsterdam. Daar trainde hij, het begrip tennishal bestond nog niet, in een vochtige, houten hal waar het nooit echt warm wilde worden. ‘Je moest je ballen op de verwarming leggen om ze weer droog te krijgen, anders kon je er niet mee spelen.’

Terugkijkend herinnert Rob Gurowitsch zich zijn vader als een charmante man, een charmeur in de positieve zin van het woord. Een man die het fijn vond om uit te delen, maar moeite had om emotionele relaties aan te gaan. Rob: ‘Het liefst at hij samen een hap en dronk een glas, maar echt binden deed hij zich niet.’

Nicolas Gurowitsch overleed in 1968 op 72-jarige leeftijd. ‘Hij was totaal op, versleten’, zegt Rob.
Over Westerbork heeft hij tijdens zijn leven nooit meer kunnen of willen spreken. Elke verwijzing naar de oorlog deed Nicolas af met grap. ‘Toch heeft het hem altijd last bezorgd. Het leed zat echter te diep weggestopt om nog weer naar boven te kunnen komen.’