Otto Birman & Lisbeth Oestreicher

Lisbeth Oestreicher (1902) en Otto Birman (1899) leerden elkaar kennen in kamp Westerbork. Zij was afkomstig uit het huidige Tjechië, hij uit Oostenrijk. Een bijzonder portret geschreven door Helly Oestreicher.

Tachtigste verjaardag Otto Birman. Amersfoort, 1979.

Otto Birman & Lisbeth Oestreicher

‘Lisbeth Oestreicher werd geboren in Karlovi Vary, in het huidige Tsjechië. Om het huwelijk van haar broer Felix Oestreicher bij te wonen kwam zij in 1929 naar Amsterdam. Als textiel ontwerpster, opgeleid aan het Bauhaus in Dessau (Duitsland), solliciteerde zij aansluitend in Twente. Later trok Lisbeth naar Amsterdam waar zij voldoende opdrachten kreeg om zich als freelance ontwerpster te kunnen vestigen.

1918. Felix, Marie en Lisbeth Oestreicher.

Onder de naam “Model en Foto Austria” wist Lisbeth samen met haar jongere zus Maria Austria in korte tijd naam te maken. Maria Austria had in 1937 vanuit Wenen ook haar heil in Amsterdam gezocht als afgestudeerde fotografe.

1938. Libelle met Model en Foto Austria.

In 1942 gaf Lisbeth gevolg aan de oproep van de Duitsers om zich te melden in kamp Westerbork. Daar heeft zij haar werk als ontwerpster van breimodellen kunnen voortzetten omdat haar deze zeer in de smaak vielen bij de secretaresse en maîtresse van de commandant van kamp Westerbork. Door telkens als er transporten op handen waren ervoor te zorgen dat de gewenste jurk of pullover niet op tijd klaar was, heeft Lisbeth met haar breiwerk haar verblijf in Westerbork tot de bevrijding kunnen rekken. Otto Birman, haar geliefde en later haar echtgenoot, die na haar in Westerbork terecht kwam, heeft zij met deze van Penélopé afgekeken list kunnen redden uit de gaskamers.

1943. Otto Birman in Westerbork.

Door telkens als er transporten op handen waren ervoor te zorgen dat de gewenste jurk of pullover niet op tijd klaar was, heeft Lisbeth met haar breiwerk haar verblijf in Westerbork tot de bevrijding kunnen rekken. Otto Birman, haar geliefde en later haar echtgenoot, die na haar in Westerbork terecht kwam, heeft zij met deze van Penélopé afgekeken list kunnen redden uit de gaskamers.

Otto Birman, geboren in 1899 in Wenen, is in 1938 gevlucht uit zijn geboortestad, waar hij had gestudeerd en werkte als chemisch ingenieur. Zijn ouders en oudere zuster liet hij achter (die haar twee dochters reeds met een kindertransport naar Engeland had weggestuurd). Zijn ouders en zuster hebben de oorlog niet overleefd.

Otto Birman wist na zijn vlucht een goede baan in Amersfoort aan de Erdalfabriek te krijgen. Hij vond het moeilijk wennen in zo’n kleine provinciestad, waar je voor de lunch brood met muisjes kreeg. In 1942 is hij met de hulp van vrienden ondergedoken in de bossen rondom Doorn. Otto is daar echter verraden, opgepakt en door een wonder zonder de S van strafgevangene in Westerbork beland. Hier werd hij tewerkgesteld in het laboratorium waarvan hij onder meer een prachtige aquarel van heeft gemaakt.

1944. Aquarel van Otto Birman. Laboratorium.

1943. Aquarel van Otto Birman. Interieur barak.

Mijn ouders, grootmoeder Oestreicher en mijn zusjes kwamen in november 1943 in Westerbork aan. Otto Birman werd aan hen voorgesteld en heeft hen in de korte tijd die ze samen waren goed leren kennen. Zo heeft Otto mijn oudste zusje Beate tekenles kunnen geven totdat zij met één van de laatste transporten weggevoerd werd.

Lisbeth en Otto zijn op 6 mei 1945 in Westerbork getrouwd. Na terugkomst in Amersfoort kreeg Otto zijn baan bij de Erdalfabriek terug, waar hij bleef werken tot zijn pensioen.

1945. Groepsportret in kamp Westerbork met Lisbeth.

1945. Lisbeth, Maria Austria en Otto in Amsterdam.

In de zomer van 1947 kwamen mijn zusjes Beate Oestreicher, Maria Oestreicher en ik, Helly Oestreicher, in huis bij onze tante en nieuwe oom.

1947, Amersfoort. Lisbeth en de drie meisjes Oestreicher.

Onze ouders en grootmoeder hadden de kampen niet overleefd. De eerste twee jaar na de bevrijding waren wij, de drie Oestreicher meisjes, in Bergen in Noord-Holland bij een pleeggezin ondergebracht. De Birmans waren inmiddels ingeburgerd en hadden besloten de opvoeding en verzorging van ons op zich te nemen. Zij hebben ons liefdevol door de laatste klas van de lagere school en de zes jaren op het gymnasium geloodst. Otto organiseerde verjaardagsfeestjes met klasgenoten voor ons. Op zaterdagavond lazen Otto en Lisbeth ons in verdeelde rollen toneelstukken voor, van onder andere Shakespeare en Schiller.

Wij gingen samen op vakantie eerst in Nederland, later in 1951 naar Oostenrijk en Wenen, waar wij de twee nichten van Otto (teruggekeerd uit Engeland) met hun partners en kinderen hebben leren kennen.
Otto was zeer succesvol in zijn werk aan de Erdalfabriek. Zijn laboratorium breidde zich uit. Er werd een nieuw laboratorium gebouwd onder zijn leiding.

1951, Wenen. Otto's nichten.

Lisbeth heeft na de bevrijding het ontwerpen en verkopen van breimodellen voortgezet. Zij deed dat ook nog terwijl zij de zorg over ons drie meisjes had.
De inrichting van het huis was bijzonder en geïnspireerd op de ideeën van het Bauhaus, die Lisbeth had meegekregen uit Dessau. Doordat er veel vrienden naar elders gevlucht waren, kwamen er vaak bezoekers uit verre oorden met hun levensverhalen, die niet altijd even vrolijk waren.
Later verlegde Lisbeth’s belangstelling zich meer en meer naar de buitenwereld. Zij werd lid van Unesco en Amnesty en, evenals Otto, van het Humanistisch Verbond. Otto is na zijn pensioen lange tijd als Humanistisch Raadsman aan het Verbond verbonden geweest.

1968. Otto en Lisbeth Birman.

Otto en Lisbeth hadden een brede culturele belangstelling, lazen veel en waren lid van een leesclub. Zij hebben ons de weg in het leven gewezen door de nadruk te leggen op eigen verantwoordelijkheid, op respect voor andersdenkenden, op betrokkenheid voor de ander en voor de omgeving, en op het verwerven van kennis, die volgens hen steeds verworven diende te worden. Het leven in het nu was hun vertrekpunt, ze waren gericht op de toekomst.

Met hun wezenlijke belangstelling en liefde hebben zij ons na de oorlog de cultuur van onze familie overgedragen en tegelijkertijd geleerd niet te veel om te kijken naar het verleden, zodat wij konden studeren en leren op eigen benen te staan. Als liefdevolle schoonouders en grootouders stelden zij hun huis open voor onze echtgenoten en kinderen.

Als laatste van de drie Oestreicher meisjes gedenk ik Otto en Lisbeth Birman-Oestreicher met een boeket vol gevoelens van liefde en respect. Mijn herinnering aan deze bijzonder lieve en wijze mensen is rijk en van dankbaarheid vervuld.’