De familie Franken

In 1947 bevond soldaat Rudi Franken (1927) zich op een schip op weg naar Nederlands-Indië. Met hem waren een aantal voormalige SS’ers. Medesoldaten die de Joodse Rudi en zijn familie tijdens de oorlog hadden opgepakt en naar kamp Westerbork hadden weggevoerd, en op wie hij nu moest gaan vertrouwen in de komende strijd tegen de Indonesische opstandelingen.

Rudi Franken (r), moeder Susanne en een neefje.

De familie Franken

Slechts twee jaar na de bevrijding op 5 mei 1945, raakte Nederland opnieuw betrokken bij een oorlog. Op 21 juli 1947 startten in het voormalige Nederlands-Indië de Politionele Acties (Nederlands-Indonesische Oorlogen). Meer dan 100.000 jonge mannen waren in de voorafgaande maanden naar Indië gezonden om de strijd aan te gaan met de Republikeinse opstandelingen. Het gezag in de kolonie moest hersteld worden, zo luidde de opdracht.

Onder de uitgezonden militairen bevond zich een kleine groep met voormalige Waffen-SS’ers. Kort na de bevrijding waren de meeste SS’ers in gevangenissen en interneringskampen terecht gekomen. Daar zaten zij bij de start van het conflict in het huidige Indonesië nog steeds. De Nederlandse regering oordeelde echter dat de Oostfrontstrijders van waarde konden zijn tijdens Operatie Product, de eerste Politionele Actie: in tegenstelling tot de andere militairen beschikten zij namelijk wel over de broodnodige gevechtservaring.

Het gros van de SS’ers werd na een stroef begin, volledig geaccepteerd binnen hun regiment.
‘Het was beslist geen probleem’, zo vertelde Jan Niessen (1927). ‘De meeste jongens waren blij als ik meeging op patrouille. Sommige mannen zeiden tegen me: “Als ik in jouw schoenen had gestaan, was ik misschien ook wel bij de SS gegaan”.’

Toch is het onwaarschijnlijk dat iedereen zo gelukkig was met de aanwezigheid van de Waffen-SS’ers. Tot de Nederlandse krijgsmacht behoorden ook een paar honderd oorlogsgetroffenen. Mannen wier familie was weggevoerd vanwege verzetsactiviteiten of die zelf in het verzet hadden gezeten.

 Op 27 mei 1947 stak zijn peloton zonder voorgeschreven touw een kali over. Het water bleek onverwacht diep. De voorste twee jongens, waaronder Rudi, waren niet meer te helpen en verdronken.

Daarnaast waren er voormalige gevangenen van kamp Westerbork opgeroepen. Rudi Franken was op het moment van zijn vertrek naar Indië nog geen twintig jaar oud. Met zijn oudere zus Siny (1924) en ouders Mozes Franken (1891) en Susanne Franken-Bachrach (1898) was hij in Arnhem opgegroeid waar voor de oorlog sprake was van een uitgebreid sociaal Joods leven. Er was een Joodse school, een tehuis voor Joodse ouden van dagen, zoals het in die tijd nog heette, en een onderkomen voor Joodse militairen. In een gezin waar vader een goede baan als boekendrukker had, was het leven in de jaren dertig voor Rudi ogenschijnlijk niet slecht geweest.

Na de inval van de nazi’s en de eerste deportaties uit Arnhem, besloten de ouders van Rudi Franken dat het verstandiger was om onder te duiken. In Arnhem werden een tweetal onderduikadressen gevonden, die lange tijd een veilig heenkomen boden. Na het begin van operatie Market Garden gelaste de Duitse Wehrmacht op zaterdag 23 september 1944 echter dat de bevolking Arnhem zou verlaten.

Rudi liep met zijn zus en ouders richting Apeldoorn en kwam, na regelmatig ook een lift te hebben gekregen, ten slotte in Balkbrug bij Dedemsvaart terecht. Hier werd de familie opgepakt en via de pastorie in Beilen naar kamp Westerbork gebracht.

Rudi Franken en zijn familie moesten na de bevrijding op 12 april nog ruim twee maanden in Westerbork blijven voor zij mochten vertrekken. In de tussentijd kreeg het kamp op de Drentse heide nieuwe bewoners. Eind april werden de eerste van de ruim 8.000 van collaboratie verdachte Nederlanders in het kamp gevangen gezet. NSB’ers, zwarthandelaren én ook Waffen-SS’ers. Jonge kampingezetenen als Rudi werd een stok in de handen geduwd met de boodschap dat de nieuwe gevangenen eerst onder de bewaking zouden komen van de oud-gevangenen. Er was nog geen andere oplossing voorhanden.

Twee jaar later bevond Rudi zich op het schip de Johan van Oldenbarnevelt op weg naar Nederlands-Indië. Met hem aan boord waren een aantal mannen die het naziregime hadden geholpen, die hem en zijn familie zo’n zware tijd hadden bezorgd. Over wie hij vlak na de oorlog zelf had geregeerd, en op wie hij nu moest gaan vertrouwen in de strijd tegen de opstandelingen.

Wat precies het gevoel van Rudi was bij deze gedachte – mocht hij zich dit hebben gerealiseerd – is niet duidelijk en zal ook nooit duidelijk worden. Tijdens het conflict in het voormalige Nederlands-Indië vielen aan Nederlandse kant bijna 5.000 doden. Tot deze groep behoorde ook Rudi.

Op 27 mei 1947 stak zijn peloton zonder voorgeschreven touw een kali over. Het water bleek onverwacht diep. De voorste twee jongens, waaronder Rudi, waren niet meer te helpen en verdronken.

Rudi Franken ligt begraven op het Ereveld Menteng Pulo op Java.