Rudolf & Betty Asch

De voormalige commandantswoning in kamp Westerbork ademt niet alleen het verhaal van commandant Albert Konrad Gemmeker, maar ook dat van zijn huishoudster, Betty Erna Asch-Rosenthal (1903).

Betty Asch-Rosenthal.

Rudolf & Betty Asch

Tijdens de Open Monumentendagen van 13 en 14 september 2014 gaf conservator Guido Abuys van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork een bijzondere rondleiding in een al even bijzonder gebouw. Bezoekers die al eens in kamp Westerbork waren zullen het gebouw herkennen: de houten villa, een rijksmonument, bij het begin van het kampterrein, tijdens de oorlogsjaren fungerend als woning van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker. Het enige gebouw dat heden ten dage herinnerend aan de tijd dat Westerbork Durchgangslager was voor meer dan 100.000 Joden, Sinti en Roma, en verzetsstrijders.

Met een camera op zijn hoofd betrad Abuys op 13 september het gebouw. Dankzij een draadloze verbinding met een scherm dat buiten de woning stond, nam hij de bezoekers vervolgens als ware mee naar binnen. Tijdens de “live” videotour liep de conservator van het Herinneringscentrum langs de woonvertrekken, de slaapkamers en de keuken, en hield in iedere ruimte een relaas over wat zich hier tijdens de oorlog had voorgedaan. Soms een feitelijk gegeven, maar vaker een persoonlijk verhaal van een ooggetuige of een bijzondere anekdote.

Hij heeft mij nooit met “Jood” aangesproken, was beleefd tegen me. Hij nam me zelfs een keer in bescherming toen zijn vriendin, Frau Hassel, lelijk tegen mij deed.
Die vriendin was hard. Toen zij eens ernstig ziek was moest ik haar verschonen en speciaal voor haar koken. Toen pakte ze mijn handen en zei dat ze me bewonderde omdat ik de vijand verzorgde.Ik heb geen woord gezegd. Ik was alleen maar bezig met ‘als we het maar redden’.

Leidend tijdens de ontdekkingsreis door het huis waren de herinneringen van Betty Erna Asch-Rosenthal. Als Duitse Jodin van dertig had zij in 1933 besloten om in Nederland te gaan werken. Samen met haar man Rudolf (1896) moest ze zich in januari 1942 melden in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Toen het kamp later dat jaar doorgangskamp werd, compleet met prikkeldraad en wachttorens veranderde ook Betty haar status. Van vluchtelinge werd ze gevangene.

Waarschijnlijk omdat ze in de kampkeuken een opmerking maakte over de inefficiënte manier van aardappelen schillen, werd ze gevraagd huishoudster van Gemmeker te worden.

‘Hij heeft mij nooit met “Jood” aangesproken, was beleefd tegen me. Hij nam me zelfs een keer in bescherming toen zijn vriendin, Frau Hassel, lelijk tegen mij deed.
Die vriendin was hard. Toen zij eens ernstig ziek was moest ik haar verschonen en speciaal voor haar koken. Toen pakte ze mijn handen en zei dat ze me bewonderde omdat ik de vijand verzorgde. Ik heb geen woord gezegd. Ik was alleen maar bezig met “als we het maar  redden”.’

Ruim twee maanden na de bevrijding mochten Rudolf Asch en Betty Erna Asch-Rosenthal kamp Westerbork op 28 juni 1945 verlaten.