Samuel Wortelboer

Samuel Wortelboer (1910) wist in februari 1945 op ingenieuze wijze uit kamp Westerbork te ontsnappen en stond van het ene op andere moment bij zijn vrouw en kinderen op de stoep. ‘Hoe wij reageerden weet ik niet meer precies. Er werd na de bevrijding niet over de oorlog gesproken.’

De slaapzaal van de barak waarin Samuel verbleef.

Samuel Wortelboer

De Joodse Hans Bial hield in de laatste maanden voor de bevrijding een dagboek bij in kamp Westerbork. Minutieus beschreef de vroegere Duitse vluchteling, hij zat sinds 1942 in het kamp gevangen, hierin het leven van hem en zijn lotgenoten. Op 20 februari 1945 maakte Bial in zijn dagboek de volgende aantekening:
‘2 Leute die erst vor kurzem aus Amersfoort gekommen sind, sind geflitzt. Vermutlich sind sie früh mit dem Zügle nach Groningen als stowaways vergnügt zum Lager hinausgefahren. Es ist auch ein Wunder dass das nicht schon lange passiert ist, den es hat sich nie jemand um den Inhalt der Güterwagen bei der Ausfahrt gekümmert.’

Samuel Wortelboer was één van de twee mannen die op 20 februari uit Westerbork ontsnapten. Ruim een maand te voor kwam hij in een groep van 25 personen in het Durchgangslager aan, waar hij op enige dagen in het ziekenhuis na, in barak 21, één van de grotere vluchtelingenkampbarakken, verbleef.

Samuel was voor de oorlog uit Antwerpen naar Amsterdam gekomen. Afkomstig uit een vooraanstaand diamantbewerkers gezin, trouwde hij in de jaren dertig met Rachel Grishaver (1906), de dochter van de bekende Amsterdamse voddenman Isaac Grishaver. In 1939 werd zoon George geboren, in 1942 dochter Esther.

Ik weet nog goed dat we met mijn moeder naar de school gingen waar nu het De La Mar theater in Amsterdam is gevestigd. Daar konden we pakjes naar mijn vader sturen. Voedsel of zeep bijvoorbeeld.

Het gezin Wortelboer had het tijdens de oorlogsjaren lange tijd niet slecht. Als welgestelde diamantbewerker woonde Samuel met zijn vrouw en kinderen in één van betere Joodse buurten van de stad en vanwege de status van zijn vrouw – zij werd door de nazi’s als niet-Joods aangemerkt – was hij vrijgesteld van deportatie.
In 1944 werd hij met vele “gemengd gehuwde” Joden alsnog opgehaald en via Amersfoort naar Westerbork gebracht. Zoon George bleef met zijn moeder en zusje in Amsterdam achter.

‘Ik weet nog goed dat we met mijn moeder naar de school gingen waar nu het De La Mar theater in Amsterdam is gevestigd. Daar konden we pakjes naar mijn vader sturen. Voedsel of zeep bijvoorbeeld. Nadat mijn vader een korte tijd, voor mijn gevoel in ieder geval, was weggeweest, stond hij opeens met een politieman voor de deur. Hoe hij weer in Amsterdam is gekomen en hoe onze reactie was, weet ik niet meer precies. We waren destijds met hele andere zaken bezig, de hongerwinter was net voorbij. Ik had als zesjarige jongen moeten helpen bij het zoeken naar hout, bij de trambanen in Amsterdam, en was met familie op een fiets met houten banden de provincie in geweest. Dat had een enorme indruk op me gemaakt.’

Eind jaren veertig besluiten Samuel Wortelboer en zijn vrouw te scheiden. George en zijn zusje blijven bij moeder wonen en zien hun vader maar eens in de paar weken. Over de oorlog wordt niet gesproken.
De vluchtige bezoekjes tekenen de relatie tussen Samuel en zijn kinderen.

‘Terugkijkend heb ik mijn vader eigenlijk minder goed gekend dan ik zou willen. Hij woonde na de oorlog in mooie huizen – hij wist als zakenman met allerlei handeltjes voldoende geld binnen te krijgen – maar een hechte band tussen vader een zoon is nooit echt ontstaan. Vader was een vrij harde man en ondanks dat hij genoeg te besteden had, kregen we niets cadeau. We moesten ervoor werken vond hij. Met zijn Joodse achtergrond had hij niet zoveel, hij was een seculiere Jood zoals dat heette. In 1973 is hij op vrij jonge leeftijd mede aan de gevolgen van diabetes, overleden.’