Simon Berkelo

Simon Berkelo behoorde tot de duizenden Joden die voor 1940 met een niet-Joodse vrouw waren getrouwd. Het bezorgde hem tijdens de oorlog de status van “gemengd-gehuwde”.

Barak 67, de strafbarak van kamp Westerbork.

Simon Berkelo

Op 1 augustus 1944 arriveerden er 27 Groningse Joden in kamp Westerbork. Onder hen bevond zich Simon Berkelo, een 38-jarige huisknecht die oorspronkelijk uit Delfzijl afkomstig was. Simon was in december 1935 getrouwd met de niet-Joodse Martha Schaafsma (1913) met wie hij in een klein huisje in de Markstraat, nabij het Noorderplantsoen woonde.

De nazi’s wisten in Nederland lange tijd niet wat ze aan moesten met gemengd gehuwde Joden als Simon Berkelo. In 1942 werd een deel van de kinderloze gemengd gehuwde Joden via kamp Amersfoort als strafgeval naar Mauthausen gedeporteerd. In mei 1943 werden ‘Mishehe’ mét kinderen in kamp Westerbork voor de keuze gesteld: het Oosten of sterilisatie. Zij die voor sterilisatie kozen werden vervolgens vrijgelaten om een jaar later met de gemengd gehuwden die tot dan toe met rust waren gelaten, wederom naar Westerbork te worden gebracht.

Gemmeker (l) en Aus der Fünten in kamp Westerbork.

Simon Berkelo en de andere binnengekomen Groningse Joden werden ondergebracht in barak 67, dat destijds als de strafbarak gold. ‘s Nachts sliep hij in een zaal met vijfhonderd andere mannen op driehoog stapelbedden, overdag moest Simon, kaalgeknipt en in een blauw pak gestoken, op klompen naar een industriebarak lopen. Batterijen kloven of zilverpapier sorteren. ‘Het zorgde voor een bedrukte stemming onder de strafgevallen. Mensen werden er naargeestig van, de verhoudingen onder de gevangenen waren vrij hard’, zo zou een medegevangene van Simon later vertellen.

Na een maand in de strafbarak te hebben verbleven moest Simon begin september 1944 met een aantal inwoners van barak 67 voor een commissie verschijnen. Eén voor één werden de gevangenen langs een tafel geleid waarachter kampcommandant Gemmeker en twee van de latere “Drie van Breda”, Franz Fisscher en Ferdinand Aus der Fünten, hadden plaatsgenomen. Zij zouden bepalen wie bleef en wie gedeporteerd werd. Aan het einde van de dag volgde het vonnis: slechts 67 van de bijna 1.400 strafgevallen mochten achterblijven. Simon Berkelo behoorde tot de gelukkigen. Zijn huwelijk met een niet-Joodse vrouw had hem van transport gevrijwaard. Na het vertrek van de laatste deportatietreinen kwam Simon in een kleine en comfortabelere barak terecht waar hij met “slechts” veertig personen een slaapzaal hoefde te delen.

We zijn vanaf Assen gaan lopen naar het kamp. Via binnenwegen zijn we bij het kamp aangekomen. Buiten het kamp werkten geïnterneerden. Wij hebben daar brieven afgegeven en zijn daar door bewakers opgemerkt. Door een soldaat met één arm werden wij naar vrouw Hassel gebracht, die ons vroeg wat wij moesten.

Over het lot van Simon en de andere Joden die op 1 augustus 1944 in Westerbork waren aangekomen, was bij hun echtgenoten in Groningen weinig tot niets bekend. Begin oktober 1944 besloot een aantal vrouwen, waaronder Martha Berkelo-Schaafsma, polshoogte te gaan nemen in Westerbork. Na de oorlog werd Martha in het kader van een proces tegen één van de bewakers van kamp Westerbork, over haar bezoek verhoord.

‘We zijn vanaf Assen gaan lopen naar het kamp. Via binnenwegen zijn we bij het kamp aangekomen. Buiten het kamp werkten geïnterneerden. Wij hebben daar brieven afgegeven en zijn daar door bewakers opgemerkt. Door een soldaat met één arm werden wij naar vrouw Hassel gebracht, die ons vroeg wat wij moesten. Wij deelden haar mede dat wij gaarne inlichtingen wilden hebben omtrent onze mannen. Op de vraag wie onze mannen waren, antwoorden wij dat onze mannen Joden waren. Deze vrouw sprong van haar stoel en zei minachtend: “Komen jullie voor Joden, eruit!” Zij waarschuwde de commandant Gemmeker, in wiens gezelschap een Duitse soldaat was. Gemmeker vroeg aan de Duitse soldaat wat er moest gebeuren. Wegsturen naar Duitsland voor arbeidsinzet stelde de soldaat voor, Gemmeker deelde ons mede dat wij voor arbeidsinzet naar Duitsland gingen. Het verhoor vond plaats in barak 51. Achteraf hoorde ik dat die Duitse soldaat Lemke was geweest. Wij zijn dezelfde dag in vrijheid gesteld.’

Waar Martha dezelfde dag nog in vrijheid werd gesteld, daar werd Simon als strafgeval juist naar de gevangenis van het kamp gebracht. Wat volgde was een verblijf van enige weken onder zware omstandigheden in deze barak 51. ‘In de cel waarin wij waren opgesloten, was geen verwarming aanwezig, evenmin een ton om je behoefte te doen. Per dag kregen wij ieder een stuk brood, waaruit vier dunne sneetjes konden worden gesneden, alsmede gezamenlijk een kleine hoeveelheid drinkwater. Wij allen waren gekleed in overall en aangezien er geen dekens aanwezig waren, hebben wij het in de cel koud gehad’, aldus één van de andere gestrafte kampgevangenen na de oorlog.

Vlak voor de bevrijding van kamp Westerbork werd Simon uit de gevangenis vrijgelaten. Op 16 april 1945 vertrok hij met enkele andere Groninger Joden uit het kamp, op weg naar Martha.

Simon Berkelo overleed na een huwelijk van 49 jaar op 24 oktober 1985 in Groningen. Martha Schaafsma overleed eveneens in Groningen, een kleine negen jaar later. Zij was destijds tachtig jaar oud.