Werner & Lisl Hirsch

Werner Hirsch kwam in 1942 in kamp Westerbork terecht en werkte er lange tijd als ordonnans. In Westerbork ontmoette hij Lisl Zuckerbäcker met wie hij na de oorlog in de Verenigde Staten trouwde. Dit portret is geschreven door geschiedenisstudente Jessica Benjamins met hulp van scholieren Linda Scheper en Kirsten Wubs van de Ubbo Emmius Scholengemeenschap uit Stadskanaal.

Werner Hirsch.

Werner & Lisl Hirsch

Voor praktisch alle gevangenen die langer dan enkele dagen in kamp Westerbork verbleven gold één onontkoombare stelregel: was je vijftien jaar of ouder en er toe in staat, dan werd er verwacht dat je aan het werk zou gaan. Er waren daarbij, zeker in 1943 en 1944, veel verschillende baantjes in omloop die door de kampbewoners konden worden uitgevoerd.

Tot de meest geliefde functies in kamp Westerbork behoorde die van ordonnans. ‘[De status van ordonnans is] de hoogste status die een jongen in het kamp zou kunnen bereiken. Met een mooie blauwe armband door het kamp fietsen en van alle geheimen op de hoogte zijn’, zo vatte Ab Caranse, zelf lang tijd ordonnans in Westerbork, het aanzien van het baantje samen. Of zoals Philip Mechanicus in zijn dagboek noteerde: ‘De vaders vinden het chic, hun zoons hier ordonnans te laten worden, zoals voor de oorlog de nieuwe bourgeoisie haar zoons meester-in-de-rechten.’

Een functie als ordonnans was over het algemeen slechts voorbehouden aan kinderen van Duits-Joods vluchtelingen, de elite van het kamp, alhoewel Nederlandse nieuwkomers niet per definitie werden uitgesloten. Als ordonnans – letterlijk boodschappenjongen – diende een gevangene als informatieschakel tussen de verschillende werkafdelingen (‘Dienstbereiche’) van Westerbork te fungeren. De ordonnansen hadden hun hoofdonderkomen in het Kommandantur, het kantoor van de kampcommandant. Hier werden zij dagelijks ingedeeld en kregen zij een afdeling toegewezen waar zij die dag of week aan het werk moesten gaan.

Het werkrooster van de ordonnansen werd normaalgesproken door Werner Hirsch, de plaatsvervangend leider van de dienst, opgemaakt. Werner werd geboren op 24 maart 1923 in Berlijn. Voor de oorlog vluchtte hij naar Nederland en vanaf 1942 verbleef hij in kamp Westerbork.

Werner was een intelligente jongeman met een romantische inborst, zo stelde althans medegevangene Liesel Heynemann in een interview met de conservator van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Voor haar zeventiende verjaardag kreeg Liesel van Werner, haar toenmalige vriendje, een stuk zeep met daarop een zelfgeschreven gedicht. Het zeepje was verder geïllustreerd door Leo Kok, een bekende kamptekenaar.

‘Was ich Dir zu sagen habe,
Sag’ ich einfach und ganz schlicht
Und verbind’ es mit der Gabe:
‘Wasch Dir taeglich Dein Gesicht,
Wasch’ Dir Arme und die Haende –
Halt’ Dich rein von allem Schmutz –
Bleibe sauber bis zum Ende,
Denn das ist ein grosser Schuts.’

De liefde tussen Werner Hirsch en Liesel Heynemann zou uiteindelijk niet stand houden. Na de bevrijding emigreerde Werner naar de Verenigde Staten, waar zijn ouders al leefden. In 1950 trouwde hij met Lisl Zuckerbäcker, net als Werner oud-gevangene van kamp Westerbork.

‘It was not a homecoming. It was just the end of something and the beginning of something else’, aldus Lisl in een interview jaren later.

Lisl Zuckerbäcker werd geboren op 1 mei 1925 in Wenen. Ze was afkomstig uit een middenklasse gezin, haar vader bezat een eigen winkel in de Oostenrijkse hoofdstad. Na de Kristallnacht in 1938 vluchtte de 13-jarige Lisl met haar zus, maar zonder haar ouders met een grote groep Joodse kinderen in één van de bekende Kindertransporten naar Nederland. Waar een deel van de kinderen vervolgens verder reisde naar Engeland, daar had haar moeder Lisl op het hart gedrukt om in Nederland te blijven. Dit land was in tegenstelling tot Engeland tijdens Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven.

In Nederland werden Lisl en Gertrud samen met de andere vluchtelingenkinderen eerst opgevangen in een kamp in de buurt van Rotterdam en later in een groot huis bij Den Haag. Lisl’s ouders waren er ondertussen in geslaagd om Wenen te verlaten en naar de Verenigde Staten te vluchtten. Hoewel zij hebben geprobeerd om hun dochters mee te nemen, kregen zij aanvankelijk geen toestemming om met het hele gezin naar de VS te reizen. Lisl’s ouders besloten vervolgens, omdat zij dachten dat hun dochters veilig waren in het neutrale Nederland, om eerst alleen te gaan en hun dochters later te laten overkomen. In april 1940 slaagden Lisl’s ouders er in om de papieren voor Lisl en Gertrud alsnog rond te krijgen. Tevergeefs: een paar weken later vielen de Duitse legers Nederland binnen.

In april 1943 kwamen Lisl en Gertrud in kamp Westerbork terecht. Lisl ging aan het werk in het ziekenhuis. Zonder enige ervaring: een zuster van middelbare leeftijd leerde haar het vak van verpleegster uit te oefenen. In 1944 werd Lisl met een groep – hier was onder andere haar toekomstig man Werner bij – een tijdlang buiten het kamp te werk gesteld. Na de bevrijding van Westerbork op 12 april 1945, besloot Lisl zich als verpleegster bij het Canadese leger te voegen.

In maart 1946, een half jaar voor het vertrek van haar toekomstige man, emigreerde Lisl Zuckerbäcker naar de Verenigde Staten waar ze met haar vader en moeder werd herenigd. In plaats van een 13-jarig meisje ontmoetten zij echter nu een vrouw van bijna 21 jaar oud. ‘It was not a homecoming. It was just the end of something and the beginning of something else’, aldus Lisl in een interview jaren later over de hereniging.

Lisl is tot haar pensioen in 1992 altijd als verpleegster aan het werk gebleven.